Ieder van ons wordt geboren met een aantal primitieve reflexen. Ze stellen ons in staat om als baby te overleven tijdens de eerste levensmaanden. Dankzij deze babyreflexen maken we contact met onze omgeving en worden de eerste motorische handelingen geoefend. Na een zestal maanden krijgen we deze primaire reflexen geleidelijk aan onder controle en reageren we met een meer volwassen respons.

Als de primaire reflexen echter niet tijdig afgeremd worden, dan blijven ze het bewegingspatroon verstoren. Het zijn objectieve herkenningspunten die ons laten zien dat er een neuromotorische onrijpheid is.

 

Bewuste bewegingen en beheerste reacties worden zo bemoeilijkt. Als een kind hierdoor voortdurend moet compenseren, en een groot deel van zijn aandacht naar dit compenseren gaat, raakt het uitgeput en gefrustreerd. 

Ook al weet het kind wat het wil uitvoeren, het krijgt het gewoon niet voor elkaar. Het kind is wel verstandig, maar kan het niet tot uiting brengen. 

Bij veel leer-en gedragsproblemen is er sprake van neuromotorische onrijpheid.

Inpp-reflextherapie herkent en verhelpt deze neuromotorische onrijpheid. Door het aanbieden van specifieke motorische oefeningen (ontwikkeld door het Institute for Neuro-Physiological Psychology) kan het zenuwstelsel alsnog verder uitrijpen en kan het kind zijn volledig leerpotentieel benutten.